Het eerste huisdier wat ons mocht komen pesten, we spreken nu over 1993, was een jonge grasparkiet (gehad van mijn ouders).

Op zich best leuk, ware het niet dat Lia niet zo van vogeltjes houdt.
Een favoriete gevleugelde uitspraak is dan ook “Dát zijn pas vogels!”, als er gewezen wordt op een mooie foto van een zee-arend.

Mijn bedoeling was om Jacco, zo heette het beestje, hand-tam te maken, maar ja, gebrek aan tijd hè. Én er kwamen andere dieren de hoek om kijken.  Nee wij leven niet in een dierenweide….

Anekdote:
Jacco was een keer ontsnapt, en Wammes (onze hond) liep los. Aangezien Wammes onze vliegende vriend wel een grappig ‘piep-beestje’ vond, hield ikzelf Wammes vast.Lia ging achter Jacco aan en kon deze vangen, toen sloeg het noodlot (of liever gezegd Jacco) toe:even plastisch gezegd: HAP -> “Auw, T*RINGVOGEL!!!!”Maar: Jacco was weer gevangen….

Zoals je misschien begrijpt: Jacco is niet meer…. RIP.
(heeft trouwens niets met het voorval te maken)